Geschiedenis

De franciscaanse devotie en de renaissance.
De Renaissance is in Italië geboren. Dat de overgang van middeleeuwen naar Renaissance geleidelijk gebeurde is evident.
Traditioneel laat men echter de Renaissance beginnen rond 1420. Men stelt de laatste jaren evenwel vast dat er één ononderbroken lijn waarneembaar is tussen de 11de en 16de eeuw.
Tot ca. 1220 stond de Italiaanse schilderkunst, religieus bij uitstek, volledig onder Byzantijnse invloed. Er werd niet afgeweken van de Byzantijnse prototypes, waarvan het uitzicht versteend was door concilies en door 'archètypes'.
De schilderkunst vertoonde niettemin, zoals de architectuur, vanaf de late 13de eeuw een ander gelaat dan voorheen.

Tijdens de Renaissance zelf, met name door Giorgio Vasari (1511-1574), werd gesteld dat de vernieuwingen begonnen met Giotto (1267-1337), want hij meende dat Giotto als eerste de natuur nabootste, hetgeen voor Vasari gelijk stond met de kunst van de Oudheid. Dit naturalisme is ook steeds als een criterium voor de Renaissancekunst gehanteerd.
De eigenlijke, strikte Renaissance, vanaf ca. 1420, is eigenlijk een wedergeboorte en verdere ontwikkeling van deze kunst van het einde van de 13de en het begin van de 14de eeuw.

Niet zozeer de secularisatie van de kunst is voor de Renaissance kenmerkend, maar wel het aanschouwelijk maken van de goddelijke orde: er worden daartoe aardse middelen gebruikt, zoals het naturalisme.
De franciscaanse spiritualiteit ligt daaraan zeker ten grondslag. Zeer verhelderend in dit verband is Roger Bacon (1220-1292), die in zijn wijsgerige teksten het belang van de ervaring en wetenschappelijke experimenten beklemtoonde. In zijn aan de paus opgedragen Opus maius schreef hij tussen 1266 en 1268 dat de afbeeldingen van zijn tijd faalden en niet aanschouwelijk genoeg waren. Wat de teksten voorschreven moest voor de gelovigen zo reëel en tastbaar mogelijk worden voorgesteld.
Dat zulks tot dan toe niet gebeurde was zijn inziens te wijten aan de theologen, die geen idee van geometrie en perspectiva hadden.
Kort daarop zullen de eerste naturalistische schilderingen, met Giotto, het daglicht zien.
Het spreekt vanzelf dat ook andere factoren aan de grondslag van de Renaissance liggen, zoals individualisme, burgerlijk humanisme en zelfbewustzijn, een zekere vrijheid en kritische zin, het Byzantijns neoplatonisme.

Het huwelijk van een 'naturalistische' stijl in franciscaans milieu en de 'Internationale Gotiek'.
Vrij algemeen wordt aangenomen dat de roots van de (pre)renaissance in de beeldhouwkunst te vinden zijn en dat schilders daarin onmiddellijk daarna vernieuwende elementen vonden.
De eerste doorbraak schijnt voltrokken geweest te zijn in Pisa, waar de stijl van antieke sarcofagen in het Campo Santo blijkbaar inspirerend werkte op het genie van Nicolà Pisano (ca. 1205-1280), die er de kansel van het baptisterium mocht beeldhouwen. Vooral de vitaliteit van zijn figuren was nieuw en lijkt in het recent ontstaan franciscaans milieu goed aangeslagen te zijn. De Fontana Maggiore in Perugia voor het Palazzo dei Priori is ontworpen door Pisano.

Voor het eerst lijkt deze volkse, natuurlijke kunst getransponeerd te zijn in de fresco's van het langschip, tussen de vensters, van de San Francesco te Assisi omstreeks 1290.
Ze zijn vervaardigd onder leiding van Jacopo Torriti, die er duidelijk breekt met de Byzantijnse tradities en er de ‘mensen bijna als god zelf’ uitbeeldt, bovendien in hun dagelijkse bezigheden, ook al gaat het om een cyclus van taferelen uit het Oude Testament.
Onder leiding van een onbekende meester, mogelijk Cimabue, werd dan onder deze vensterreeks een nieuwe cyclus fresco’s aangebracht met taferelen uit het leven van Sint Franciscus zelf. Ze werden voltooid in 1295. Hier is het ontluikende naturalisme nog duidelijker en is vooral nadrukkelijk gebruik gemaakt van één lichtbron per tafereel. Giotto (1266-1337) moet zeker één van de uitvoerders geweest zijn.
Diezelfde Giotto, zelf Franciscaan, werd dan uitgestuurd om andere wandschilderingen te vervaardigen in dochterkloosters, eerst in Padua. Daar werd hij ook aangeworven door de schatrijke Scrovegni om hun zogenaamde Arenakapel te versieren.

Omstreeks 1320, nadat ook door Lorenzetti en Martini de schilderingen in de benedenkerk van Assisi waren voltooid, gold de San Francesco in Assisi als de mooist versierde, modernste voorraad van paradigma's in Europa.
Ze bevatte alles wat een kunstenaar nodig had voor het scheppen van werkelijkheidsgetrouwe werelden in beeld.
De afbeeldingen waren een voorbeeld voor al het menselijke handelen (…), voor elk soort landschap, voor binnen– en buitenarchitectuur, meubilair, gereedschappen, kleding en plooiingen en niet te vergeten voor allerlei nieuwe ornamenten, nieuwe kaders, kleurcombinaties en texturen van het oppervlak.

Het lijkt erop dat Italiaanse kunstenaars uit het franciscaanse milieu omstreeks 1290-1320 zich wisten te ontworstelen aan theologische kunst en aan kunst, waarvan de iconografie volledig door theologen was bepaald en nog Byzantijns was.
De eenvoud van de evangelieteksten werd de leidraad. De kunst werd ook een kunst voor de armen en eenvoudigen, waarvoor de bedelorde aanvankelijk zoveel aandacht had.

Deze franciscaanse, 'naturalistische' tendens heeft zich weten door te zetten, ook al stagneerde die door een tegenbeweging van de zijde van de Dominicanen: hun spiritualiteit steunt op eigen heiliging en die van de naaste, waartoe het reguliere leven, het plechtige koorgebed en de studie van de Goddelijke Waarheid de middelen zijn.
Een sterke theocentrische gerichtheid volgt hieruit.

Een tweede factor die de nieuwe kunstopvattingen vertraagde is de economische crisis die Florence in de eerste helft van de 14de eeuw kende en die in gans Italië (en elders) nog gevolgd werd door de Zwarte Dood van 1348-1349.
De naturalistische tendens smolt dan rond 1400-1430 samen met de zogenaamde Internationale Gotiek: deze uitte zich in de schilderkunst door een toenemende aandacht voor realisme en analytisch schilderen, waardoor details veel aandacht kregen.
Dit huwelijk bracht de Renaissance in eigenlijke zin voort.

Umbrië heeft een grote impact gehad op de Europese cultuur en kunst: de hele regio is een magister geweest.

1 | 2| 3  

Work4Web | sitemap
info@vakantieumbrie.eu